Aapjes kijken
5 november 2012 - Palenque, Mexico
In het zuiden van Mexico stikt het van de Maya tempels en als je de mensen moet geloven. dan is elke tempel bijzonder en de moeite waard. Toch besluit ik een selectie te maken, want al deze tempels beginnen op elkaar te lijken. Men zegt wel eens: Een tempel is als een kerk in Europa. Als je er een gezien hebt, heb je ze allemaal gezien. Nou is mijn mening over de tempels niet zo oppervlakkig en radicaal, maar er zit wel een kern van waarheid in.
Zondagavond vertrek ik met de bus naar Palenque, een klein dorpje dat bekend staat om de mooiste ruines. Samen met twee Duitsers, twee Nieuw-Zeelanders (ook wel bekend als The Kiwi's) en een Nederlandse jongen bestormen wij het rustige dorpje. Aangezien we al om 6.00 uur 's ochtends van de partij zijn, besluiten we eerst een ontbijt te halen bij een plaatselijk cafe. Tijdens het ontbijt vragen we aan een ober of we ook een binnendoorweg kunnen gebruiken om bij het hostel te komen. De man begint te lachen en zegt: Dat is een smal paadje met allemaal bomen. Je loopt dan gewoon de jungel in! Lachend en hoofdschuddend loopt hij weg. Stupid gringo's*.
Toch zijn we eigenwijs en wel in voor een avontuur, dus nog geen half uur later lopen we gewapend met backpack, teenslippers en zonnebrandcreme naar het beruchte jungelpad. Voor de zoveelste keer worden we teleurgesteld. Onze jungeltocht blijkt gewoon een geasfalteerde weg te zijn en het hostel is prima per voet te bereiken. We checken gauw in, zodat we de ruines kunnen gaan bezoeken. In het hostel hebben ze twee groene papegaaien in een kooi die zowaar reageren als je naar ze fluit. Zodra ik dat ontdek, sta ik als een malloot de aandacht van deze twee vogels te trekken, hopende dat ze geen camera hebben opgehangen en ik met mijn actie nog eens bij Funniest Homevideos verschijn.
We hebben besloten om naar de ruines te lopen, want ach, het is maar 7 km (nee, we hebben er nog steeds niet van geleerd) en de taxi's die er heen gaan zijn veel te duur (aannamens zijn dodelijk, want aan het einde blijkt het maar 10 peso te zijn wat gelijk staat aan 60 eurocent). De weg loopt stijl omhoog en voor wij het weten gutst het zweet ons van het lijf. Van tijd tot tijd stoppen we om water te drinken of proberen we een eekhoorn of een kolibri op de foto te zetten (zonder succes natuurlijk). Na ruim 2,5 uur lopen en zweten zijn we ein-de-lijk bij de ruins aangekomen en het is de moeite waard. Naast geweldige tempels die we kunnen beklimmen, biedt het ook een geweldig uitzicht.
Inmiddels heeft ook een Engelse jongen zich bij ons gevoegd die met zijn vele borst- en rugharen, rare sprongen en vreemde uitspraken algauw de bijnaam The Monkey krijgt. Het ene moment loopt hij met ons mee en het volgende moment is hij spoorloos verdwenen. Zonder hem beklimmen we een tempel. Als we bovenaan staan moeten we bijkomen van al dat traplopen en het adembenemende uitzicht. In de schaduw genieten we van de koude stenen, een slok warm water en de verschillende vlinders.
Na een poosje komt er een kale man met een rood shirt zwetend en puffend naast ons staan. Zijn vriend is er al en vraagt met een zwaar Belgisch accent: Mooi he, dat uitzicht? Waarop de kale man, die zijn hoofd zweetvrij probeert te krijgen, zegt: Amai, ik sta hier eigenlijk alleen om op te drogen. Ik ben de enige die het verstaat en dus ben ik ook de enige die hier om kan lachen.
Een van The Kiwi's zucht en zegt op een gemaakt zeurend toontje: Ik heb nog helemaal geen aapjes gezien. Dit gebied staat bekend om de apen, maar blijkbaar hebben ze vandaag geen zin om zich te laten zien. Nog voor iemand hierop kan reageren, zien we beneden aan de trap van de tempel de Engelse jongen in rare sprongen voorbij komen. Niemand zegt iets, maar we denken allemaal hetzelfde: Oh, daar heb je er een! We barsten in lachen uit en klimmen langzaam weer naar beneden, de hitte en het zweet negerend.
* Mexicaans voor toerist.
Foto’s
1 Reactie
-
Christine:9 november 2012Whahahaha briljant: amai, ik sta eigenlijk alleen maar op te drogen....
