Tralala, geld!*
23 oktober 2012 - Varadero, Cuba
Imitatie van een luie straatmuzikant van Hans Teeuwen.
Na een verblijf van vijf dagen in de een na grootste stad van Cuba, Santiago, besluit ik naar het noorden te gaan naar Varadero, een schiereiland met de mooiste stranden van Cuba, tenminste dat zegt mijn reisgids.
Als ik bij het bussation aankom, kijkt een medewerker mij knorrig aan en ik neem aan dat dit een teken van groet is hier in het oosten. Ik vraag hem waar ik mijn tas kan afgeven en het enige wat hij mij kan als responds geeft is een hoofdgebaar in de richting van een kantoor. Ik trek mijn wenkbrauwen op en knik met mijn hoofd alsof ik zeggen wil: Bedankt. Tja, wat hij kan, kan ik ook. Bij het kantoortje aangekomen zit er een dikke Cubaan achter een klein bureautje met naast zich een ventilator die de hitte langzaam door de rest van het vertrek verspreidt. Hij kijkt op als ik hem groet en wenkt dat ik binnen mag komen. Waar naar toe? is zijn antwoord op mijn groet. (Ze moeten deze mensen echt meer gaan betalen, al is het maar om normaal te kunnen groeten!) Naar Varadero, zeg ik zo vrolijk mogelijk. Hij pakt mijn ticket aaan, schrijft wat op een papiertje en zet hier en daar een krabbel. Ondertussenn doe ik de reiszak om mijn rugzak, zodat er onderweg niet zomaar iets ingestopt kan worden. Dit is op zich nog een hele verhandeling, want mijn tas is lomp en ik ook, zodat het af en toe lijkt alsof wij samen de tango dansen. Terwijl ik bezig ben met deze Argentijnse liefdesdans wacht de Cubaan rustig tot alles geregeld is. De tas komt zo te liggen, dat de man niet eens uit zijn stoel hoeft op te staan om het labeltje te bevestigen. Vervolgens zegt hij: Zet m maar links in de hoek neer. Ik kijk hem aan en denk: Wat staat er ook alweer in jou functieomschrijving? Toch zeg ik niks en zet ik mijn tas in de linker hoek neer. Zet m toch maar rechts neer....nee, doe toch maar links...Ach nee, zet m maar naast de deur neer. Ik zucht en denk: Sommige mensen zijn echt lui! Ik draai mij om, om mijn andere tas te pakken, als deze Cubaanse luiaard doodleuk een mandje neer zet met de woorden: Graag een fooi. Op dat moment knapt er iets in mij en vraag ik hem: Voor wat?! De man kijkt mij verbaasd aan en wijst naar mijn tas: Voor de moeite. Even wil ik hem daadwerkelijk geld geven, maar dan besluit ik deze man uit te leggen dat maar weinig mensen slapend rijk worden. Boos voeg ik aan mijn betoog toe: Je laat mij het werk doen, bent te lui om te groeten en straks is er vast iemand anders die mijn tas in de bus gooit. Nee, van mij krijg je nog geen cent! Demostratief gooi ik mijn rugtas over mijn schouder en verlaat het kantoor, de luie Cubaan verbouwereerd achterlatend. Zoveel temperament had hij waarschijnlijk niet van een Nederlands meisje verwacht.
Dit gedrag is heel normaal in Cuba. Voor alles wat ze moeten doen, vragen de Cubanen geld. Ik heb het zelfs al een keer meegemaakt dat een ober 1 dollar fooi wilde, omdat hij het wisselgeld moest halen. (Hoezo? Had ik dat dan moeten doen??) Cubanen zijn arm en heel veel producten zijn moeilijk te verkrijgen, waardoor ze toeristen daarvoor gaan lastig vallen, wat heel begrijpelijk is. Wat ze daarmee echter bereiken is dat de toeristen bepaalde plekken gaan mijden en hun helemaal geen geld gaan geven. En als je niet op hun praatjes ingaat, worden ze boos en schelden ze je uit. Kortom, de vriendelijkheid van een Cubaan heeft een prijs.
Santiago is een stad die hier echt om bekend staat. De eerste twee dagen viel het mij niet zo op, maar daarna werd het steeds erger. Taxichauffeurs die een taxi aanbieden naar welke plaats dan ook, mensen die vragen om geld of melk en mensen die gewoon met je mee blijven lopen tot in de winkelen om zo wat geld te krijgen. Er was zelf een man die beweerde maagkanker te hebben (hij had heel realistisch verband en plastic slangen op zijn buik aangebracht) en vroeg mij medicijnen voor hem te kopen. Gelukkig had ik net daarvoor een andere Cubaan gesproken die dokter was, maar geen baan kon krijgen (ook een leugen) en die daar 1 dollar voor wilde hebben, waardoor ik tegen de zogenaamd terminaal zieke man kon zeggen: Heel vervelend, maar ik kan ze niet voor je kopen. Om de hoek, voor het museum zit een werkloze arts, die kan je wast verder helpen! Misschien dat ze elkaar economie opgang kunnen helpen?
Elke keer als ik deze mensen tegenkom, moet ik denken aan de luie straatmuzikant, een sketch van Hans Teeuwen. Zo weinig mogelijk doen en zoveel mogelijk geld vragen. Deze agressieve manier van handelen zat mij zo hoog, dat ik besloot een luxe hotel in Varadero, het noorden van Cuba, te boeken en twee dagen even niks anders te gaan doen dan aan het strand te gaan liggen. (Wat ik van tevoren niet wist was dat er een orkaan bij Santiago aan land zou gaan en dat het zo hard zou waaien en regenen, dat ik die twee dagen alleen maar op mijn hotelkamer zou zitten) Dus vandaar dat ik 's avonds bij het busstation te vinden ben. Bij het instappen check ik of mijn tas wel mee gaat. En ja hoor, een broekie gooit mijn tas in de bus. Ik werp nog een laatste blik in het kantoortje, maar de luie Cubaan blijft stug naar zijn bureau staren. Zo voorspelbaar!
Gelukkig heb ik een gezellige, vrolijke buschauffeur die graag een praatje maakt, gewoon om de tijd te doden. Daarnaast is er nog een chauffeur. Hij is vrij klein en breed (niet van de spieren) en zijn blouse staat gespannen om zijn bovenarmen en buik. Hij heeft een grote zwarte snor, om elke vinger een afzichtelijke zegelring (met en zonder diamanten) en zijn scharrel, die hij bij elke bushalte uitgebreid aflebbert, zit al in de bus te wachten. Ik besluit daarom om helemaal achterin te gaan zitten. De vriendelijke chauffeur is op zoek naar ene Miguel en vraagt aan iedereen of hij Miguel heet, ook aan de vrouwen. Een van hen merkt lachend op: Dan zou ik toch Miguela heten? Iedereen moet lachen, behalve de macho guy, die ik, vanwege zijn arrogante voorkomen, voor het gemaak maar even El Comandante noem. Hij kijkt de vrouw streng aan, wat natuurlijk tot nog meer gelach leidt.
Er zitten nog meer mensen in de bus die ik echt de moeite waard vind om met jullie te delen. Als we goed en wel 5 minuten onderweg zijn, stopt de bus en stapt er een Cubaans gezin in (waarschijnlijk voor een leuk, illegaal prijsje) en gaat achterin zitten (jammer!). Een van de vrouwen begint hysterisch haar zus te bellen om te zeggen dat ze waarschijnlijk later aankomen dan gepland. Als een echt speenvarken gilt ze door de bus heen, waar ik spontaan een stressstoornis van krijg. Pas als haar broer, vader, schoonzus, buurvrouw en de achternicht van de buurvrouw op de hoogte zijn van de mogelijke vertraging van 5 minuten, keert de rust in de bus weder.
Dan zit er nog een mannetje in de bus die de hele reis via een walkey talkey of iets dergelijks de stand van de busreis doorgeeft en zit er voor hem een bejaarde priester.
De volgende ochtend rond 11.30 uur ben ik eindelijk in Varadero. De busreis is prima verlopen, maar ik denk dat we zonder deze priester deze zovele kuilen in de weg niet hadden overleefd. De bus heeft zelfs een fietstaxi omver gereden en zonder te checken of de eigenaar gewond was of niet (gelukkig niet!) reed de bus gewoon door. En ja, El Comandante zat inderdaad achter het stuur. (Misschien is Lompe Leo in dit geval een betere bijnaam...)
De dagen erna kan ik alleen maar in mijn hotelkamer blijven, want de storm komt zelfs het hotel binnen, Alles staat blank en alles waait continu om. Ik vraag me hardop af of het wel lukt om in Cancun in Mexico te komen, want met dit weer zal er toch geen vliegtuig gaan...toch?

- Henrita: Mariska, wat een leuke verhalen…
- Jet: Wow, wat een fantastische…
- Christine: Welkom thuis.. :)
- Shirley: Top gedaan! kunnen ze niet…
- Tom: Proficiat! En succes hier…
Alle reacties »